Colombo

Dinsdag 16 april
We gaan met de trein naar Colombo. Eerst met een boemeltreintje vanaf Koggalle naar Galle, en vanaf daar door naar Colombo. De trein Galle-Colombo is helaas een trage trein. We vertrekken rond 9 uur, en komen pas om half 2 aan. In Colombo is het nog even zoeken naar het guesthouse. Na 10x vragen hebben we het nog niet gevonden. Bij een koffiebarretje (met wifi), nemen we even koffie, en checken het exacte adres. Hierna is het snel gevonden.

Vanaf het hotel lopen we richting Galle Face Green, waar we wat winkeltjes bekijken. In Nederland heb ik al gezien dat hier een sushirestaurant zit. Het restaurant is nog niet open, het gaat pas om 6 uur open. Fred ziet op een busje wat in de buurt staat, dat ze ook in het Hilton Hotel zitten. Ook prima, gaan we wel naar het Hilton Hotel! Na een stukje lopen komen we aan bij het spoor. De gps geeft aan dat de kortste weg naar het Hilton Hotel over het spoor is, dus nemen we die route. Langs het spoor staan wat huisjes en spelen kinderen. Als we voorbijlopen, zeggen ze al dat we niet verder kunnen. Eigenwijs als we zijn lopen we toch door, maar nee, na een paar honderd meter komen ons 2 mannen met geweren tegemoet, en moeten we weer terug.

Als we weer bij de huisjes zijn, gebaren de mensen die buiten zitten dat we aan de kant moeten. Blijkbaar komen er straks op beide sporen een trein voorbij. Als we nog niet ver genoeg naar achteren staan, gebaren de mensen dat we nog iets verder naar achteren moeten. Goed dat ze ons even waarschuwen. We lopen over de gewone weg richting het Hilton, waar we rond 5 uur aankomen. Een enorme hal, sjiekdefriemel. Het sushirestaurant is hier wel al open. De sushi is echt super!

Woensdag 17 april
In Colombo stikt het van tempels, kovils, kerkjes en moskeeën waar we er vandaag een paar gaan bezoeken. We beginnen bij de Gangaramayam, een boeddhistische tempel. Het bestaat uit meerdere gebouwen. Een gebouw, met aan de voorkant houtsnijwerk, staat op instorten maar wordt zo te zien gerenoveerd. In het middelste gebouw staat het vol met antiek, van alles door elkaar heen. Rechts is een ruimte waar nog meer antiek in vitrinekasten staat. Als Fred later aan de ‘hoofd’-monnik vertelt dat we uit Nederland komen, laat hij wat voorwerpen uit de VOC-tijd zien. Een oud serviesbord, en een oud kastje. Echt bijzonder om te zien wat hier allemaal staat. Het is volgens mij fortuinen waard. Achter het gebouw staat een verzameling boeddha’s en stoepa’s, dezelfde soort stoepa’s van de Borobodur op Java. Op een pleintje staat een olifant (een echte!), die net een wasbeurt krijgt. We mogen hem wat te eten geven. De tempel zelf is ook indrukwekkend om te zien, met veel beelden en versierde muren.

We krijgen een boek mee van de monnik en een geluksbandje. We lopen door naar Seema Malaka. Deze tempel ligt in een meer. Hier zien we ook weer een enorme monitorvaraan, net als in het meer in Kandy. Wat een joekel van een beest! De tempel is wel aardig om te zien. De man die de kaartjes verkoopt geeft nog wat tips waar we nog meer naartoe kunnen.

We lopen door naar het Dutch Hospital, wat vroeger (heel verrassend) een Nederlands ziekenhuis is geweest. Tegenwoordig zitten er sjieke winkels in. We gaan verder, bezoeken een paar kovils en de Jami ul-Aftar Moskee. We zigzaggen wat door de straatjes. Soms een drukke winkelstraat met veel verkeer, soms een rustiger stuk. We zien nog meer kovils, de een nog rijker versierd dan de ander. Op het hoogste punt van Colombo ligt de Wolfendahl kerk uit 1749, destijds neergezet door de Hollanders.

Aan de rand van de kerk en in de kerk liggen grafstenen van Hollanders uit die tijd. We krijgen een rondleiding. De man vertelt een interessant stukje geschiedenis en legt meer uit over de symbolen op de grafstenen.

We lopen weer terug richting Dutch Hospital, waar we bij een van de cafes een lekkere cocktail drinken. Het is inmiddels half 5. Om 6 uur willen we bij een visrestaurant vlakbij gaan eten. In de Rough Guide staat dat er bij de haven wel een aardig café is, dus lopen we daar heen. De ene is weg, de andere kunnen we in eerste instantie niet vinden. Het blijkt een enorm saai hol te zijn. Totaal geen boeiend uitzicht. Snel weer wegwezen dus. We gaan alvast richting het visrestaurant. Als we om 6 uur naar binnen gaan, zijn we de eersten. Pas na 7 uur komen er nog meer gasten. Ik bestel tonijn, en Fred zwaardvis. Heerlijk!

Donderdag 18 april
En jawel, alweer de laatste dag van onze vakantie. In het guesthouse regelen we alvast een taxi voor naar het vliegveld voor vanavond. ’s Ochtends nemen we een kijkje bij het winkelcentrum Majestic City. Maar, als we daar om half 10 zijn, zijn de meeste winkels nog dicht. Het is veel rotzooi, veel snuisterijen. Helemaal bovenin is een bioscoop, waar we ’s middags the Wizard of Oz bekijken.

’s Avonds eten we weer overheerlijke sushi bij het Hilton, waarna we bijtijds richting het vliegveld gaan. Helaas heeft de terugvlucht vertraging, waardoor we maar op ons nippertje onze overstapvlucht in Frankfurt halen. De tassen halen het niet, maar die hebben we dezelfde dag nog binnen. Al met al was het weer een supergeslaagde vakantie. De Srilankanen zijn echt supervriendelijk, praktisch iedereen onderweg was oprecht geïnteresseerd en behulpzaam, wat in andere landen nog wel anders was.

Yala

Woensdag 10 april
We gaan ons favoriete guesthouse vaarwel zeggen Met de tuktuk gaan we naar Bandarawela, en vanaf daar de expressbus richting Tissa. Vanuit Tissa zullen we het national park Yala gaan bezoeken. Als de expressbus stopt, zit deze al aardig vol. Ik weet nog net een plekje te bemachtigen, maar Fred niet. Wel balen, dat is dus 3 uur staan, in het te smalle pad. Vlakbij Tissa zijn we de bus nog niet uit of we worden al belaagd door touts. Een biedt er safari’s aan. We laten ons naar het guesthouse Tissa Inn brengen.

Daar aangekomen vertelt de jongen die de lift gaf wat een safari bij hem kost. We hebben er geen goed gevoel bij, deze gast is veelste opdringerig. We poeieren hem af, en bestellen een lekkere lunch bij het guesthouse. Fred neemt frietjes, en ik pannenkoeken. Tijdens de lunch zien we nog 2 Duitse meisjes, die we ook in Dambulla tegen waren gekomen. Later vragen we aan iemand in het guesthouse of zij een tour naar Yala kunnen regelen. We spreken een mooie deal af, voor 1 dag in het park. De rest van de dag doen we lekker rustig aan.

Donderdag 11 april
Om 05:00 springen we in de safari jeep richting Yala. De chauffeur is best jong, en rijdt als een bezetene door het donker richting het park. Daar aangekomen regelt hij de entreekaarten. Er staan nog 6 andere jeeps, en er volgen er al gauw meer. De rest van de dag rijden we over hobbelige zandweggetjes, waarvan de meesten vol met geulen en gaten. We zien olifanten, veel varanen, pelikanen en wilde zwijnen. We hopen ook nog een luipaard te zien.

Om 8 uur ontbijten we aan het strand, en om half 1 op een ander plekje, met veel schaduw langs een rivier.

In de bomen springen apen van tak tot tak, en een nieuwsgierige varaan loopt pal langs ons of er wat te halen valt, totaal niet bang. Later bij de rivier zien we hoe een kleine slang een vis probeert op te eten. De vis is 2x groter dan de kop van de slang, dus het is niet in 1x door te slikken. Rond half 4 gaan we weer terug naar Tissa. Helaas, geen luipaard gezien, alleen zijn pootafdrukken in het zand.

 

 

 

 

Haputale

Zondag 7 april
Heerlijk geslapen vannacht. Vergeleken met Dalhousie, waar het veel herrie was, is dit zoveel chiller, de enige herrie die je hier hoort zijn krekels. Na het ontbijt gaan we richting Idalgashina. We willen eigenlijk met een tuktuk daarnaartoe, en vanaf daar terug lopen, maar de tuktukchauffeurs die we vragen doen moeilijk over de prijs. Volgens ons is het niet zo ver, maar ze vragen 1000 roepies. Veelsteveel dus. 400 roepies lijkt ons een redelijke prijs, maar we komen er niet uit. Teveel gedoe. Na een tijdje vinden we er eentje die ons er voor 400 roepies heen wil brengen, maar hij stopt na een paar honderd meter om de weg te vragen. Wel apart, zeggen dat je ons ergens naartoe wil brengen voor 400 roepies als je niet eens weet waar het is. We zijn er een beetje klaar mee, en besluiten alsnog lopend te gaan. De kortse weg naar Idalgashina is over het spoor.

Het is een leuk tochtje, met een heel mooi uitzicht. En het is nu een stuk gemakkelijk, om op je gemak foto’s te maken. Beter dan vanuit een rijdende, hobbelige trein. Bijna bij het station aangekomen, komen we bij een tunnel. Hier zou een geocache moeten liggen, maar helaas kunnen we hem niet vinden. Verderop, iets voorbij Idalgashina ligt er ook een, op een berg. Terrein: 2,5 sterren. Zou in principe goed te doen moeten zijn (5 sterren is het hoogst). We gaan vanaf de weg een paadje de theeplantages in, bergopwaarts. Dat gaat allemaal prima. Het wordt iets steiler en iets meer klimmen. Maar dan, het laatste stuk is het nog een berg op, die is bezaaid met dennenaalden, wat het enorm glad maakt. Tja, we zijn nu al zo ver gekoemn, dus gaan we wel verder. Wel een beetje gevaarlijk. Als we heelhuids bovenkomen, zou het uitzicht fantastisch kunnen zijn, alleen ligt het dal in de wolken. Geen uitzicht dus helaas.

De terugweg is nog een hele uitdaging, het is zo glad! Voorzichtig gaan we naar beneden, met het risico om in 1x de berg af te glijden. We komen er zonder kleerscheuren vanaf! Later terug in het plaatsje willen we eigenlijk nog een andere cache pakken. Het eerste deel van de tocht daarheen gaat goed. Nog 800 meter van de cache verwijderd wordt het wat lastiger. We staan op de ene berg, maar moeten 2 bergen verderop zijn. Dus hemelsbreed niet zo ver, maar 2 afgronden ertussen. We gaan zigzaggend de berg af. Deze toch maar overslaan. We willen kijken of we vervoer terug naar Haputale kunnen regelen. We komen aan in een dorpje, ik dacht mooi, kunnen we vanaf hier vast een tuktuk regelen. Nou, niet dus, want in dit dorpje is geen weg, en geen tuktuk te bekennen. Vanaf hier is het nog 4 km naar het volgende dorpje. Als we de weg vragen, loopt een van de dorpsbewoners een heel stuk met ons mee, en brengt ons naar een pad wat we moeten volgen. Een heel avontuur, als we de berg aflopen, dwars door de wei, richting de bewoonde wereld, is er nog een sloot waar we overeen moeten. Bijna bij het dorp glijdt Fred uit. Wel wat schrammen, maar gelukkig niks gebroken.

Yes, we komen aan in het dorp! Eerst langs wat huisjes en tuintjes, en dan komen we op een weggetje uit. Het lukt ons om een tuktuk te regelen. De weg terug is in het begin enorm hobbelig.

Richting Haputale gaan we naar de restanten van een oud Portugees fort. Want jawel, ook hier ligt weer een cache! Het fort ligt achter een theefabriek, Norwood. De tuktuk wacht op ons als wij de cache gaan zoeken. We lopen richting een berg, met een dennebos, waar de cache zou moeten liggen. We worden nog eventjes ‘achtervolgd’ door wat nieuwsgierige kindjes. Bovenop de berg zien we 4 muurtjes van steen. Dit zijn blijkbaar de restanden van het Portugeze Fort. Niet bepaald spectaculair. De cache ligt nog iets verder naar beneden, een vrij steil stuk, over een gladde ondergrond bezaaid met dennenaalden, net als die vorige berg. Dit keer gaat Fred alleen naar beneden. Ik wacht even boven, het is mij te glad. Fred daalt voorzichtig af, en is na een tijdje buiten beeld. Even ben ik bang dat hij weer is uitgegleden, het duurt zo lang. Maar gelukkig verschijnt hij weer in beeld! Het blijft toch gevaarlijk, dat geocachen.

Terug bij de tuktuk sjeest deze terug naar Haputale. We relaxen wat, drinken buiten koffie, en daarna biertjes met een Duits stel wat ook in het guesthouse verblijft. Het eten ’s avonds is weer heerlijk. We zijn met 6 totaal vanavond, ook een ouder Engels stel dat nu in Melbourne woont.

Maandag 8 april
Vandaag doen we het even rustig aan. Na het ontbijt chillen we wat op de kamer, en ’s middags wandelen we naar Adisham Monastery, wat ongeveer 3 kilometer lopen is.

We komen eerst langs wat huisjes, lopen door de theeplantages en het laatste stuk door het bos. Het klooster heeft iets weg van de villa uit de Adam’s Family. Er zit een goedverzorgde Engelse tuin bij. Groene gazons, en langs de rand rozenstruiken. Je kan ook binnen in het klooster een kijkje nemen, in een deel van het huis. Het is nog ingericht met oude meubels. Nog 1 km verderop in het woud ligt nog een geocache die we uiteraard pakken. Het laatste stukje moeten we het bos in, met gevaar voor eigen leven, maar gelukkig weten we ook deze weer te vinden. ’s Avonds eten we rice en curry in het guesthouse.

Dinsdag 9 april
We gaan vandaag Lipton’s Seat bezoeken, en daarna de Dambantenne theefabriek. We pakken rond half 9 de bus vanuit Haputale, voor 20 roepies per persoon. De bus rijdt tot de theefabriek. Vanaf hier is het nog zo’n 6 km lopen naar Lipton’s Seat. Alleen, het is 6 km omhoog…

We lopen op ons gemakje de berg op. Het is nog een aardige klim. Het is een geasfalteerde weg, niet zo druk qua verkeer. Na 1 km lopen komt er een traktor voorbij. We seinen, of we mee kunnen liften. Geen probleem. We springen in de bak achter de traktor. Fred stoot keihard zijn hoofd en haalt zijn hand open. Als de traktor weer gaat rijden, moeten we ons stevig vasthouden, want het is een en al gewiebel. Een stuk hoger de berg op worden we gedropt, want hij gaat naar links en wij moeten naar rechts. Daar kunnen we gelijk met een kleine vrachtauto meerijden. Toch een paar kilometer kunnen liften. De rest leggen we weer lopend af, omringd door theestruikjes. Er staan tussen de struiken vrouwen de thee te plukken. De lucht is helderblauw, perfect om mooie foto’s te maken.

De Lipton’s Seat ligt nog wat hoger. Daar aangekomen zou je een supermooi uitzicht kunnen hebben op het achterliggende dal, het is alleen een en al wolken.

Een stukje verderop ligt een cache, die we gaan zoeken. Er loopt een paadje. Het bordje No Entry zien we niet, heel gek, en we gaan het pad in. Eerst een stukje door theestruikjes, en dan een kleine berg met bomen en struiken omhoog. Al snel vinden we hem. De weg terug is wat lastiger, er loopt eerst nog een pad, de andere kant de berg af, maar dat houdt op, dus we moeten door gras tot op enkelhoogte en later kniehoogte. Fred loopt voorop, met een stok om eventuele slangen weg te jagen. Na een paar honderd meter komen we weer uit op een pad, en lopen weer de 6 km terug naar de Dambantenne theefabriek, waar we een rondleiding krijgen.

We beginnen op de zolder, waar de geplukte blaadjes in zakken van 10 kilo binnenkomen. Van 10 kilo blaadjes wordt 2 kilo thee gemaakt. Verderop op de zolder worden de blaadjes over lange horizontale bakken verdeelt. Van onder wordt er met blowers koude lucht onder geblazen om ze sneller te laten drogen. Ze zijn dan in 1 dag klaar voor het volgende proces, wat anders 3 a 4 dagen duurt. Hierna worden de blaadjes door kokers in de vloer van de eerste verdieping in opvangbakken op de begane grond gestopt. Hier komen ze in een soort centrifuge terecht, waar ze 20 minuten in blijven draaien, waarna ze via een lopende band door 3 verschillende hakmachines gaan, waardoor de blaadjes steeds fijner gehakt worden. Daarna weer op de lopende band, door een aantal filters. De blaadjes gaan naar de volgende ruimte, een oven van 180 graden. Als het uit de oven komt, worden de blaadjes gescheiden in 3 soorten, fijn, fijner en nog ietsjes fijner. Heel interessant om te zien.

We pakken de bus terug richting Haputale, met onderweg nog een tussenstop om 2 geocaches te zoeken. Zo kom je nog eens op plekken die je anders niet zo snel zou bezoeken. De eerste cache ligt vlakbij een woonhuis, wat ook een guesthouse is. We lopen langs een paar jongens als we het pad aflopen. Ah, geocaching, roepen ze, als ze Fred zijn gps zien. Een van de jongens, blijkt de geocacher Eaglerocks te zijn, die een aantal van de geocaches heeft geplaatst in de omgeving van Haputale. Hij woont hier, en nodigt ons uit om wat te komen drinken. Altijd leuk, dus dat aanbod slaan we niet af. We geven aan dat we eerst even de 2 caches willen zoeken, en daarna terugkomen om wat te drinken.

De eerste cache is verstopt tussen struiken en rotsblokken, nog best lastig te vinden. Voor de tweede moeten we nog iets verder doorlopen, deze ligt op een berg. Het laatste stuk is door hoog gras, waar we hier met al die slangen niet zo dol op zijn. Bovenop de berg werp ik een blik naar beneden. De berg houdt ineens op, en ik kijk zo’n 300 meter een afgrond in!

Op de terugweg drinken we een kop thee bij Eaglerocks. Erg leuk, de rest van de familie is er ook bij. Eaglerocks spreekt nog aardig Engels. Rond 3 uur pakken we de bus terug naar Haputale. In het hotel is een nieuw stel aangekomen, hij komt uit Engeland en zij uit Denemarken. Ze wonen nu in Adelaide. Buiten is het gaan regenen, maar we zitten lekker droog binnen.

Adam’s Peak

Vrijdag 5 april
Vanmorgen na het uitgebreide ontbijt zijn we uitgecheckt. We nemen vandaag de trein naar Dalhousie, waar we morgen om 2 uur opstaan om de Adam’s Peak te beklimmen, wat heel erg leuk schijnt te zijn.

Het is een klein stukje lopen naar het treinstation, nog geen 10 minuten. We zijn er rond 8.15. Ruim op tijd, want de trein vertrekt pas om 8.40 (denken we). De trein laat nog even iets langer op zich wachten, het wordt 9 uur. We hebben een paar dagen geleden al de kaartjes 2e klas gekocht.

Het is een leuk ritje, door de theeplantages, wel wat mistig. Rond de middag ergens komen we aan, en vanaf het station pakken we de bus naar Dalhousie. Voor de zekerheid hebben we al een guesthouse geboekt, Punsisi. Deze werd ons in Kandy aangeraden, en hebben we van te voren al geboekt voor 2 nachtjes. Alleen daar aangekomen is het echt oude zooi. Best jammer dus. Als we hebben ingecheckt, zegt de jongen van het guesthouse dat het beter is om al je waardevolle spullen, zoals geld en paspoort in het guesthouse achter te laten als je de Adam’s Peak gaat beklimmen. Lijkt mij echt de grootste waanzin, ik heb hier niks over gelezen of gehoord. We hebben er gelijk een beetje raar gevoel bij . Fred wil eigenlijk direct nog weg uit dit dorp, er hangt een beetje een raar sfeertje. We hebben inmiddels wel weer trek, en gaan bij Slightly Chilled lunchen. In het plaatsje Dalhousie is werkelijk niks te doen. ’s Middags drinken we thee bij the White House, en ’s avonds eten we bij Slightly Chilled. Die avond gaan we niet te laat slapen, want de wekker gaat alweer om 02:00. Het guesthouse ligt vlakbij een plein, waar veel herrie vanaf komt.

Zaterdag 6 april

Ik schrik wakker van de wekker. Binnen een paar seconden weet ik weer waar ik ben en waarom we zo idioot vroeg opstaan. Snel opstaan, aankleden en op pad. We zijn een van de eersten. Het eerste stuk is nog vrij vlak, langs kraampjes waarvan praktisch alles nog dicht is. Dit vrij vlakke stuk houdt best lang aan. Uiteindelijk begint het echte klimwerk. Eerst gewone trappen en treden. Het laatste stuk wordt steeds steiler. Om de paar honderd meter is er een kraampje met drinken, en bankjes om even bij te komen. Al om 4:30 zijn we boven. Ik had al zo’n vermoeden dat we te vroeg boven zouden zijn, met ons looptempo. Het is vies koud hierboven en het waait behoorlijk. Bovenop de berg is een tempel, waar je omheen kan lopen. Nog 1,5 uur wachten totdat de zon opkomt. Opvallend is dat als we boven aankomen, er al veel Srilankanen zijn. Die zijn waarschijnlijk al vannacht, of gisterenavond omhoog geklommen.

De zonsopgang is totaal niet spectaculair. Aan de kant waar de zon opkomt staan allerlei dingen van het gebouw in de weg, je hebt geen mooi uitzicht. Daarnaast is het ook vrij bewolkt. Rond half 7 hebben we het wel gezien, en beginnen we weer met de tocht naar beneden. Dan ben je ook wat weg voor de drukte, het eerste stukje weer naar beneden is namelijk nogal smal. Al een klein stukje naar beneden is het uitzicht al een stuk beter, zonder obstakels. De zon komt nu ook wat meer door de wolken. In een vrij rap tempo gaan we weer die duizenden treden naar beneden.

We hebben besloten om straks uit te checken, en de gok te wagen om vandaag de trein naar Haputale te pakken. Rond half 9 checken we uit en niet veel later zitten we in de bus naar Hatton, waar we rond half 11 aankomen. Om 11 uur gaat er een trein naar Haputale. Er is nog geen loket open, maar uiteindelijk lukt het om een kaartje te bemachtigen. Rond 11:20 is de trein er. In het begin hebben we nog geen zitplaatsen, maar halverwege stappen er veel passagiers uit en hebben we gelukkig een zitplaatsje. Het uitzicht is fantastich! Rond half 2 komen we aan in Haputale. Vanaf daar pakken we een tuktuk naar het guesthouse , net iets buiten het centrum. Een prima plek.

Na een frisse douche en een sandwich als late lunch relaxen we wat. Toch wat moe van het vroege opstaan doen we een kort middagslaapje. ’s Avonds eten we in het guesthouse, een heerlijk rijst met curry, met 5 verschillende groentes.

Kandy

Dinsdag 2 april
Rond half 8 stappen we in de bus richting Kandy. Ruim 2 uur later komen we aan, en vanaf daar is het niet ver lopen naar het guesthouse. De kamers zien er goed verzorgd uit. We krijgen een paar kamers te zien. We kiezen een kamer voor 2500 roepies. We willen vandaag alvast de treintickets naar Hatton regelen, en voor zondag vanaf Hatton naar Haputale. Van Kandy naar Hatton kopen we 2 tickets 2e klas voor 600 roepies. Voor Hatton naar Haputale zitten de dag dat we willen reizen 1e en 2e klas al vol. Aangezien we wel die dag willen reizen, kopen we 2 tickets 3e klas voor 400 roepies per stuk.

In Kandy is het druk qua verkeer. Veel stinkende bussen, toeterende tuktuks. We lopen langs het meer van Kandy, maar eerst even een cache pakken! Kandy is wat heuvelachtig, dus het is soms even klimmen. Het lijkt wat frisser vandaag, maar het is alsnog 38 graden. Terug bij het meer zien we een enorm beest zwemmen, ik denk eerst dat het een krokodil is. Het blijkt een monitor-varaan te zijn. ’s Middags chillen we wat in het hotel. We eten vandaag lekker makkelijk, friet met kip . In Kandy is tegenwoordig een shopping mall. Best hip. Wel een verschil met de wirwar van winkeltjes en reclameborden op straat. We nemen even een kijkje. De helft staat nog leeg, het moet nog wat gevuld worden.

Woensdag 3 april
Na ons heerlijk ontbijt in het guesthouse pakken we de bus naar Embekke, om de 3-tempeltocht te doen. Hoewel in de Rough Guide staat dat de bus vanaf de Clock Tower vertrekt, blijkt hij toch vanaf het Good Sheperd busstation te vertrekken. De bus rijdt er een uur over van Kandy naar Embekke.

Vanaf hier is het nog 1 kilometer lopen naar de tempel. Onderweg lopen we voorbij een winkeltje met houtsnijwerk. De man in de winkel spreekt ons aan, en laat ons zien hoe hij het houtsnijwerk maakt, met welk gereedschap etc. Het is een vrolijke man. Hij laat ons ook zien hoe hij van de bast van rozenhout verschillende kleuren verf maakt, tot wel 120 kleuren! Rood, oranje, geel, paars, door steeds iets toe te voegen, zoals limoen of kalk. Heel bijzonder om te zien. We kopen een masker bij hem. Vooral omdat hij ook zo sympathiek is. We krijgen nog jackfruit met curry, superlekker! Rond 11 uur gaan we verder. Wel opvallend dat we nog geen enkele andere toerist zijn tegengekomen. Bij de tempel staan een aantal bussen met schoolkinderen.

Alle kids kijken naar ons. Volgens mij zijn wij voor hun de leukste attractie, in plaats van de tempel. Er is net een ceremonie aan de gang als we aankomen. De tempel heeft bijzondere houten pilaren met houtsnijwerk. Elke pilaar heeft per kant verschillende afbeeldingen, erg mooi om te zien. We lopen door naar de Lankathilake Tempel, een paar kilometer verderop. Langs huisjes, deels beschut en deels in de volle zon. Het is op het heetst van de dag, we lopen op ons gemakje. De volgende tempel ligt bovenop een berg. Nog best een klim, zeker aangezien het ook vandaag 40 graden is.

Op weg naar de Gadaladeniya Tempel stop ik om een kameleon op de foto te zetten. Als ik opkijk, zie ik dat we bij een schooltje staan. Een groepje van 4 vrouwen staan in een rij om stenen van de ene naar de andere kant te verplaatsen. Ze gebaren of we een handje willen helpen. We zetten de tassen neer om even een ‘steentje bij te dragen’. Echt superleuk, ook al spreek je elkaars taal niet, hebben we de grootste lol.

De Gadaladeniya Tempel staat in de steigers. Via een poortje lopen we het terrein op, waar ik een kort laken krijg om mijn benen mee te bedekken. Ik heb zelf een sjaal voor mijn schouders mee. Met het iets te kleine laken is het lastig lopen. Op het terrein staat een wat groter tempelgebouw en nog een paar kleinere. Het ziet er allemaal wat oud en smoezelig uit, maar het is alsnog indrukwekkend om te zien. We lopen terug naar de weg waar we de bus richting Kandy pakken. Onderweg stappen we nog even uit, en gaan we met een tuktuk richting een geocache. Deze zou bij iemand in de tuin moeten liggen, alleen is diegene niet thuis helaas. In Kandy eten we bij the White House. We zitten in een enorm grote eetzaal, alleen is er verder niemand. Wel saai dus. Gelukkig is de nasi van Fred en deviled beef van mij wel erg lekker.

Donderdag 4 april
Na het ontbijt lopen we richting Noord-Kandy. Fred heeft thuis al een leuke gps-route gevonden om te lopen. Een deel loopt door een park. Maar, bij de ingang aangekomen is de entree 600 roepies. Beetje zonde van het geld. We lopen om het park heen, dus terug de berg af, door Kandy. Het eerste deel van de route is wat saai, langs de weg. Uiteindelijk komen we meer buiten Kandy en wordt het rustiger op de weg, hier is het prettiger lopen. Het is een leuke tocht, hier en daar wat huisjes, maar ook bos. Hoewel er nog wel wat verkeer is (tuktuks, en soms een motor), is het heerlijk rustig vergeleken met het drukke verkeer in Kandy Centrum. De mensen die we tegenkomen zeggen vriendelijk gedag en vragen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. We komen langs een houtzagerij, en een steenfabriekje en zien hoe een boom van 10 meter stukje bij beetje naar beneden wordt gehaald. De tocht is totaal 15 kilometer. Terug pakken we een tuktuk. In het centrum eten we een broodje en chillen nog wat in het guesthouse.

Rond 5 uur lopen we richting de Temple of the Tooth. Nog iets verderop ligt het restaurant Slightly Chilled, waar we vanavond gaan eten. Onderweg komen we langs een hal waar een show, met dans en muziek uit Kandy wordt gegeven. Een man bij de deur zegt, yes, come in come in, en we besluiten eerst hier nog heen te gaan. Het is iets voor zessen en de show begint om 6 uur. Best leuk om te zien. Er zijn 8 verschillende dansen, met aparte instrumenten en traditionele kostuums. Rond kwart voor 7 zijn we weer buiten. Inmiddels is het donker. Het restaurant ligt iets hoger, je hebt een mooi uitzicht over Kandy. Ze hebben ook wat chinese gerechten op de menukaart staan. Fred bestelt sizzling chicken, en ik deviled chicken. Terug nemen we een tuktuk.

Dambulla

Zaterdag 30 maart
Wel wennen, slapen met dat warme weer. De fan bleef de hele nacht draaien voor wat verkoeling. Na het ontbijt nemen we een tuktuk richting het busstation, waar we via Kunuregala richting Dambulla gaan. In Dambulla verblijven we in Saman’s guesthouse. Het is 2 uur als we daar aankomen. We hebben wat trek, dus bestellen rijst met curry bij het restaurant bij het guesthouse. We krijgen een enorme portie! Een schaal met rijst genoeg voor 8 personen, en 8 losse schaaltjes met groente, linzen, kip, komkommer, okra en cassave. Echt bizar veel, en halverwege worden er weer nieuw gevulde schaaltjes gebracht. Na de uitgebreide lunch relaxen we wat in de tuin aan de zijkant van het guesthouse, aangezien het zo’n 38 graden is. Als het later wat koeler is, maken we een wandeling richting Dambulla. ’s A vonds hebben we gelukkig wat koelte van de airco. Als ik in de badkamer mijn toilettas pak, schiet er een kakkerlak onder vandaan!

Gelukkig heeft Fred zijn zakmes meegenomen, en maakt korte metten met het gore beest.

Zondag 31 maart
Zes uur gaat de wekker. Lekker vroeg, een mooi tijdstip om de Cave Temple te bezoeken. We komen rond half 7 aan, maar kunnen dan nog geen kaartje kopen, dat kan pas om 7 uur. We lopen eerst nog wat over het terrein, daar heb je nog geen kaartje voor nodig. Na wat rondwandelen kopen we om 7 uur alsnog een kaartje en beklimmen de trappen richting de Cave Temple. Het is nu al 28 graden. Ik zweet aan alle kanten. We zijn voor vandaag de eerste bezoekers.

In totaal zijn er vijf Cave Temples. In de eerste grot ligt een grote boeddha. Twee andere grotten zijn groter en hoger. Langs de zijkanten staan verschillende boeddha’s. Zowel de muren als de plafonds zijn versierd met muurschilderingen. Overal waar je kijkt zie je ze. Zeer indrukwekkend. Al snel wordt het drukker, vooral met groepen schoolkinderen. Een paar Srilankanen komen naar ons toe. Ze vragen altijd: where are you from? Tot nu toe zijn ze allemaal heel vriendelijk, en oprecht geïnteresseerd, hele prettige mensen.

Nadat we de grotten bekeken hebben, lopen we aan de achterkant naar beneden. Fred had thuis op google maps gezien dat er opgravingen waren, dus we gaan even een kijkje nemen. Al snel hebben we het gevonden. Er staat een grote, lage stupa, helemaal intact. Daarnaast nog restanten van een of twee andere stupa’s. We lopen verder. Het is inmiddels 9 uur. Waar we lopen is wat beschutting, het is nu qua temperatuur nog wel uit te houden. Zolang je maar niet langs de hoofdweg loopt, waar vrachtauto’s, bussen, auto’s en tuktuks voorbijscheuren. We lopen richting een groot meer. Onderweg zien we nog mooie vogels: een zwart met gele, en een toekan. En we zien de nodige apen, maar dat wordt al wat gewoner naarmate je ze vaker door de bomen ziet klauteren.

Bij het grote meer aangekomen zien we dat er ook een restaurant is. We kijken eerst even bij het meer, waar ook een stuwdam is gebouwd. Daarna maken we een welverdiende stop bij het restaurant “Pleasure Island”. We worden welkom geheten door een vriendelijk, enthousiast meisje, en haar ouders. We bestellen wat te drinken. We vragen of we ook wat kunnen eten. Ze hebben niet echt een kaart, maar bieden aan om Srilankaans eten te maken: rijst met groente en dahl. Het eten is heerlijk! We krijgen er ook fruit bij, ananas en watermeloen, en een limoendrankje. Het meisje (ze is een van de twee dochters), vraagt of ik een review wil schrijven voor hun op tripadvisor. Ja hoor, prima zeg ik. Even later komt ze terug met een laptop. Alleen, waar we zitten doet de wifi het niet meer.

We verkassen naar een ander deel, wat schuin achter het restaurant ligt. Hier zijn ook de hotelkamers. De ouders zijn er ook bij komen zitten terwijl ik de review schrijf. Ze spreken niet zo goed Engels, maar het meisje wel. Ik bied aan om wat foto’s van de kamers te maken. We krijgen nog meer fruit, om mee te nemen. Echt superaardig.

We blijven nog geruime tijd zitten. De ouders vragen of we straks een lift terug willen richting Dambulla centrum. Ze gaan toch die kant op, naar de markt. Dat aanbod slaan we zeker niet af, het is op dit tijdstip van de dag te warm om nog veel te bewegen, en het is zo’n 7 km lopen. In Dambulla aangekomen lopen we even mee over de markt. Altijd leuk om die bedrijvigheid en de lokale etenswaar te zien. Vanaf de markt checken we bij het nagelegen busstation hoe laat de eerste bus naar Sigiriya vertrekt, waar we morgen heen willen. Vanaf daar pakken we een tuktuk terug naar het guesthouse. De rest van de middag zitten we daar te relaxen. En, goed nieuws! Er is vanmorgen gebeld door de airline, ze komen vanmiddag mijn tas bezorgen!

Wat een topper, rond half 4 word mijn tas gebracht! Zo blij als een kind ren ik direct naar boven om me om te kleden. De eigenaar van het hotel had ’s middags aangeboden om ons naar een tempel in de buurt van Dambulla te brengen. Rond 3 uur gaan we weg, we weten van te voren niet zo goed waar we naartoe gaan, maar vinden het wel prima. De eigenaar wilde zo graag wat touren met ons. Het blijkt de Nalande Gedige Tempel te zijn. Daar aangekomen hoeven we geen ticket te kopen, het ticketbureau is al dicht. Dat scheelt weer 2×500 roepies! De tempel is een bijzondere combinatie van zowel boeddhistisch, hindoeistisch als katholiek. Wel apart om te zien in een tempel. Later lees ik in de rough guide dat de tempel in zijn geheel eerst lager stond, in de rijstvelden. Maar in 1980 is er een kunstmatig meer gekomen, toen is de tempel in zijn geheel naar zijn huidige plek verhuisd.

Na het tempelbezoek rijden we verder naar een kruiden- en specerijen tuin. Het is nog een behoorlijk stuk rijden, het ligt praktisch bij Matale. De tuin is superleuk! De gids laat ons kaneel, kurkuma, peper, cacao, nootmuskaat, aloe ver zien. Sommige specerijen hadden we al op Lombok gezien, maar lang niet alles. Ontzettend leuk om te zien hoe al die kruiden er als plant, struik of boom uitzien. Uiteraard krijgen we na afloop van de tour het commerciële gedeelte, met de drankjes en de zalfjes tegen allerlei kwaaltjes en ongemakken. Als ik in het winkeltje de prijzen zie, besluit ik alleen wat curry-kruiden te kopen, 2 zakjes voor 400 roepies (2,30 euro). De rit terug (ruim 25 km), is nog best een eind. Als we wegrijden begint het al te schemeren, en halverwege de rit is het donker. Gelukkig komen we weer heelhuids aan.

Maandag 1 april
Ook vandaag staan we weer vroeg op, dit keer om naar Sigiriya te gaan. Rond half 7 staan we bij het busstation. Alleen, blijkbaar is de bus net weg. Een half uurtje later pakken we de volgende, die ons een half uur later dropt vlakbij de rots. Als we uitstappen stapt er nog een toerist uit, een jongen uit de Fillipijnen, die ook in de bus van Kunuregala naar Dambulla zat.

We lopen richting de ingang en kopen een kaartje voor 3750 roepies (21 euro). Het is nog redelijk rustig. Wel al redelijk warm, zo’n 30 graden. Via de tuinen (het schijnt een van de oudste tuinen in Azië te zijn), gaan we richting de rots. In de schaduw klauteren we de trappetjes op. Boven zien we de meest beroemde muurtekeningen van Sri Lanka. Na wat gefilmd en gefotografeerd te hebben lopen we door, langs de rots richting de leeuwenpoten. Dit deel ligt al lekker te bakken in de zon. Vanaf hier klimmen we de trappetjes omhoog om de top te bereiken.

Bovenop de rots aangekomen zien we de restanten van wat ooit een paleis was. Het uitzicht is mooi. Rond half 11 gaan we terug richting het plaatsje om wat te eten. Ik krijg een heerlijke dahl met wat roti. We pakken de bus terug naar Dambulla, waar vandaan we een tuktuk regelen naar Namal Uyana. In dit bosgebied vlakbij Dambulla is een 550 miljoen jaar oude berg van rozekwarts te zien, de grootste in Zuid-Azië. De tuktuk brengt ons voor 1600 heen en terug.

We hadden ook in Sigiriya gevraagd wat het zou kosten om ons naar Namal Uyana te brengen, maar toen vroegen ze 2500. De tuktukchauffeur is heel vriendelijk. Hij is ook brandweerman. De rit is een leuk tochtje van ongeveer 15 kilometer. In de tuktuk heb je wat schaduw, en een koel briesje. We hebben ook muziek in de tuktuk, o.a. Usher, Backstreet Boys en the Eagles. Heel gezellig dus!

Bij het bos aangekomen kopen we 2 kaartjes (500 roepies per stuk) en lopen over een aangelegd pad door het bos richting de berg. Daar aangekomen klauteren we in de brandende zon over de rots, met daarin hele stukken rozekwarts. Bovenop de berg staat een overkapping met een witte, zittende boeddha. We staan hier een tijdje in de schaduw, rusten wat uit en genieten van het uitzicht. De chauffeur heeft wat steentjes voor me verzameld, wat eigenlijk niet mag. Hij raadt aan ze goed te verstoppen. Er komen wat monnikken naar boven, in eerste instantie 3. Ik vraag of ik ze op de foto mag zetten, wat ze geen enkel probleem vinden. Wel grappig, ze zetten ons ook maar al te graag op de foto! Er komen nog meer monnikken. Sommigen klimmen nog een stuk hoger de berg op. Wij vinden het wel prima zo, en gaan weer terug richting Dambulla. In een dorpje onderweg kopen we wat drinken. Ook voor de chauffeur kopen we wat.

Terug in het guesthouse relaxen we wat in de tuin. ’s Avonds eten we ook in het guesthouse, vis met patatjes.

Negombo

Donderdag 28 maart/vrijdag 29 maart
De winter in Nederland duurde dit jaar erg lang. Zelfs vannacht vroor het nog. Hoogste tijd om dat vieze koude weer te verruilen voor tropische temperaturen. Nadat we Coen en Sander (onze 2 katten) een extra dikke knuffel hadden gegeven, pakten we de bus richting het station. De vlucht, met overstap in Rome verliep prima. In Colombo aangekomen rolde Fred’s backpack vrijwel direct van de bagageband. Maar helaas, de backpack van mij kwam niet. Drie kwartier later, en na tien keer alle andere koffers en tassen voorbij te zien komen, werd het toch een melding. We gaan naar de betreffende balie om het formulier in te vullen en compensatie te vragen. Mijn tas komt pas zondag, met de volgende vlucht vanuit Rome. Na anderhalf uur staan we buiten. Het is inmiddels half 7 ’s ochtends, en nu al 24 graden.

De airport pickup die we van te voren hadden geregeld bij het hotel is inmiddels al weg, dus regelen we een andere taxi die ons naar Ocean View in Negombo brengt. Eerst even bijkomen van de reis. Bij het guesthouse bestellen we een ontbijtje. We krijgen heerlijk zoete ananas en banaan, zo zoet als in Azië krijg je ze niet in Nederland. Verder een sunny side up eitje en een bord vol toastjes. Met een goed gevulde maag gaan we een klein stukje lopen. Het is inmiddel half 10, en nog redelijk qua temperatuur, zo’n 30 graden. Fred weet op een paar kilometer van het hotel nog een geocache te liggen. Gelijk een goed doel om de buurt een beetje te verkennen.

Daar aangekomen geeft de gps aan dat het op eigen terrein ligt. Wel uniek, maar dat schijnt in Sri Lanka wel vaker het geval te zijn. We bellen aan, en na eventjes wachten komt er iemand naar de poort. Zodra we zeggen dat we voor de geocache komen, gaat de poort open. Yes, please come in. Het vrouwtje neemt ons mee naar het woonhuis en haalt een man op. Hij blijkt Nederlands te zijn en al wat jaar hier te wonen. We maken een praatje en loggen de cache.

Op de terugweg pinnen we geld, alleen iets te weinig. We pinnen 1600 in plaats van de gewenste 16.000, alleen de atm geeft het nogal verwarrend aan. Bij een apotheek kopen we de nodige toiletspullen, zonnebrand en shampoo, aangezien dat alemaal in mijn tas zit die nog ergens is blijven steken. Terug in het guesthouse doen we een powernap. Het is ondertussen buiten, met 38 graden niet te harden. Nog even omschakelen, vergeleken met de vrieskou in Nederland. Na een tukkie gaan we weer helemaal ‘fit’ ’s middags richting het strand, wat nog geen kilometer lopen is vanaf het guesthouse. In de zon is het bloedheet. Aan het strand zoeken we bij een cocktailbar de schaduw op. Voor nog geen 350 roepies (2 euro) bestellen we twee cocktails, en genieten van het uitzicht op zee en de wuivende palmbomen. Superchill. ’s Avonds eten we vlakbij het guesthouse. Een zeer geslaagde eerste dag.