Ping’an

7 augustus
Vandaag nemen we om 7 uur een rechtstreekse taxi naar Ping’an. Vanuit het hotel gaat er ook een Spaans koppel die kant op, dus kunnen we de kosten met hen delen. De rit duurt ongeveer 3 uur. In Ping’an aangekomen moeten we nog 20 minuten lopen, bergopwaards over een weg met keien en met zware bepakking. De kamer in het guesthouse die we hebben opgezocht is wel aardig. Alles is van hout, dus het is best gehorig.

’s Middags lopen we naar het Viewpoint II. En jawel, ook hier lopen veel Chineze toeristen, maar op zich valt de hoeveelheid wel mee. Vanaf Viewpoint II lopen we over de bergen met rijstvelden naar Viewpoint I, en vanaf daar weer terug naar het guesthouse. ’s Avonds eten we bij het Mei You Café.

Ping’an staat midden tussen de rijstvelden. De huizen staan tegen de berg op. Er zijn geen auto’s, brommers of fietsers. De paden zijn geplaveid, en veel met trappetjes omdat je de berg op of af moet. Lekker rustig wel, zo zonder al dat verkeer. Alles wordt met paarden en ezels naar boven en beneden gebracht. Bijna alle huizen zijn met hout afgewerkt.

8 augustus
We ontbijten bij het Mei You café, waar we gisterenavond ook gegeten hebben. Het is wat bewolkt vandaag. Na het ontbijt lopen we naar Viewpoint II. Je kunt hier op de foto in traditionele kleding, met op de achtergrond de rijstvelden. Ik trek een mooi versierd rood pak aan, en ga met een Chinees meisje, die zelf ook traditionele kleding draagt, op de foto. Heel grappig, want behalve Fred maken ook een paar Chinezen foto’s van ons.

We wilden eigenlijk een stukje gaan wandelen door de rijstvelden vandaag, maar het trekt helemaal dicht. Er hangt een enorme mist, waardoor je amper iets kunt zien. We relaxen wat in het guesthouse. Gelukkig is het eind van de middag helemaal opgeklaard. Een mooie, blauwe lucht en een goed zicht. We lopen nog een keer naar Viewpoint I om foto’s te maken. Daarna eten we weer bij, jawel, het Mei You Café. Je kunt hier ook slang eten, maar die slaan we liever even over.

En dat was het dan alweer. De rest van het reisverslag heb ik niet opgeschreven. Wat ik mij kan herinneren zijn we nog een paar dagen in Hong Kong geweest, en hebben daar veel en vaak heerlijke sushi gegeten!

 

Yangshuo

3 augustus
We staan vroeg op om uit te checken en een taxi te pakken naar het vliegveld. Onze vlucht naar Guilin vertrekt om 8.20. We zijn om 7 uur op het vliegveld, dus lekker bijtijds. De taxichauffeur had de grootste lol toen hij iets vroeg, en wij ‘Bu Shi Ming Bai’ zeiden (ik begrijp het niet). Dus hij bleef maar dingen in het chinees roepen, waarop wij weer ‘Bu Shi Ming Bai’ zeiden. Wel komisch, zo’n melige taxi-chauffeur.

De vlucht verloopt prima. De helft van de passagiers zijn Nederlanders, vooral gezinnen met kinderen. Het blijkt een groep van Djoser junior te zijn. Op het vliegveld staat vervoer voor ons te wachten om ons naar het guesthouse te brengen, lekker relaxt dus. Dit is de Outside Inn. Dit wordt gerund door een Nederlander, en we hebben het al van te voren geboekt vanuit Nederland.

Het landschap onderweg is al gelijk bijzonder om te zien, het Karstengebergte. Yuangshuo is zo’n 70 kilometer rijden. De taxi zet ons af bij het guesthouse, en rijdt weer weg. Alleen, het blijkt het verkeerde guesthouse te zijn! Hij dropt ons bij de Giggling Tree. Niet zo snugger van de privé-chauffeur. Gelukkig heb ik het telefoonnummer van het guesthouse bij de hand. We bellen de Outside Inn, en vragen of ze ons alsnog even willen komen halen. Gelukkig gaat dat allemaal vrij snel. De Outside Inn ziet er gezellig uit. We hebben een mooie, ruime kamer.

We eten eerst een hapje, en proberen een beetje aan de warmte te wennen. Het is bloedheet hier, zo’n 35 graden. We even omschakelen, want in het andere deel van China was het een stuk frisser. Na de lunch wandelen we richting de Yulong River. We lopen over een zandweg, langs de rijstvelden en langs velden met groente. Er staan velden met peperplantjes en courgetten. ’s Avonds eten we in het guesthouse.

4 augustus
Aangezien het hier overdag zo warm is, hebben we besloten om lekker vroeg op te staan. Om half 7 vertrekken we op de fiets, richting de Moon Hill. In eerste instantie fietsen we een stukje verkeerd. De totale rit is zo’n 10 kilometer, dus ongeveer een uurtje fietsen. We zijn de eerste als we bij de Moon Hill aankomen! Beter, geen horden toeristen. Nadat we een kaartje gekocht hebben, beginnen we aan de tocht van ruim 1200 treden naar boven. Zo op de vroege morgen, in de schaduw van de bomen is de klim omhoog nog redelijk te doen. Boven aangekomen heb je een mooi uitzicht. We kijken op ons gemak rond. Op de terugweg maken we een praatje met een Zwitsers gezin. De man is 20 jaar geleden ook in China geweest, en zegt dat hij het niet meer herkent, zoveel is er in 20 jaar tijd veranderd.

Terug beneden gaan we op zoek naar de Water Cave. Het is ons alleen niet duidelijk waar die grot precies is. Vlakbij Moon Hill zitten kleine winkeltjes, waar je de tickets voor de Water Cave kunt kopen. Vanaf daar wordt je met een busje ernaartoe gebracht. Bi de grot ga je eerst een klein stukje met een bootje. Er loopt een ondiepe, ondergrondse rivier. De grot is echt enorm groot. Er zijn ook hotsprings, en je kunt een modderbad nemen, maar we slaan beide over. We hebben ook geen zwemspullen en handdoek bij ons, dus dat is ook niet handig dan. Weer terug uit de grot, de warmte in brengt de bus ons terug naar het beginpunt en stappen we weer op de fiets richting Yangshuo. Hier halen we een ijsje en eten we wat. Gelukkig hebben ze airco, dus kunnen we wat afkoelen. Een Chinees meisje die naast ons zit maakt een foto van Fred. Ze heeft een boekje Mandarijn-Engels bij zich, we proberen allebei in ons boekje wat op te zoeken om tegen elkaar te zeggen. Ze spreekt net zo weinig engels als dat ik mandarijn spreek. Uiteindelijk ‘converseren’ we een uurtje met elkaar, best komisch. ’s Avonds eten we wat in het guesthouse.

5 augustus
We staan zoals gewoonlijk lekker vroeg op. We fietsen naar de Dragon Bridge. Vanaf daar dobberen we een stukje de rivier af op een bamboevlot. Deze zijn behoorlijk lang. Soms zit er een hoogteverschil in het water. De tocht is superrelaxt, en in alle vroegte is het nog niet druk op de rivier. Na 2 uurtjes stappen we aan de kant en fietsen we door naar Yangshuo. Het is pas half 11, maar begint alweer warm te worden.

In Yangshuo zoeken we verkoeling in verschillende restaurantjes. Soms lopen we een klein stukje, maar het is zo warm dat teveel doen geen goed plan is. Eind van de middag eten we een pizza. Een lekker relaxt dagje dus.

6 augustus
Het is in ons hutje ondanks de airco niet om uit te houden zo warm. Ook ’s nachts lig je te zweten als een otter. We fietsen in alle vroegte naar Yangshuo, waar we om 7 uur de bus nemen naar Yangdi. Vanaf daar willen we met een bootje naar Xing Ping over de Li Rivier. Het karstengebergte is supermooi om te zien. Het boottochtje is best leuk om te zien, wat alleen minder leuk is, is dat we halverwege gedropt worden. Beetje jammer dus. We dachten dat we er al waren, maar niet dus. We proberen nog of we met een van de tientallen ander bootjes mee kunnen varen, maar helaas zonder succes. De Chinezen hebben zoiets van zoek het zelf maar uit. Als we het vragen mogen we best mee, maar dan moeten we weer de volle prijs betalen. Uiteindelijk besluiten we dan maar lopend verder te gaan.
Onderweg lukt het na een tijdje nog om een lift te bemachtigen, die ons een stuk verder brengt. Vanaf daar is het nog 10 minuutjes naar het plaatsje Xing Ping. Xing Ping zou een schattig oud plaatsje moeten zijn, ik vind er persoonlijk weinig aan. Het is erg toeristisch, vol met bussen met Chineze toeristen. We nemen de bus terug naar Yangshuo waar we de rest van de middag blijven.

Kunming

1 augustus
Vanmorgen vroeg vertrokken we richting het treinstation. De eigenaar van het hotel bracht ons hoogstpersoonlijk, met zijn eigen auto. Ontzettend aardig. Het laatste stukje hebben we gelopen, aangezien het hele verkeer vaststond. De rit van Lijiang naar Kunming duurde 8 uur. We zaten in een slaapcoupe, met 2×3 bedden. We zaten met 6 anderen, 2 Chineze vrouwen met elk 3 kinderen. Gelukkig waren ze allemaal heel bewegelijk en waren ze meer buiten de coupe dan in de coupe.

Aangekomen in Kunming liepen we naar het hotel, wat we de avond daarvoor geboekt hadden. Er was nog wat verwarring toen ik kreeg te horen dat ik nog moest betalen. Maar ik dacht dat dat al gedaan was, aangezien ik mijn credit card gegevens had ingevuld. Maar dit bleek alleen ter controle te zijn geweest. De meisjes achter de receptie waren niet zo behulpzaam, en spraken ook amper engels. We moesten eerst borg betalen, maar hadden geen contant geld meer. Dus eerst nog op pad om geld te pinnen. De eerste pinautomaat gaf geen geld, dus wij weer verder. Gelukkig lukt het bij de tweede pinautomaat wel.

Na al dit gedoe in het hotel, waar je helemaal niet op zit te wachten als je net 8 uur in een trein hebt gezeten, gingen we een hapje eten bij la Gare du Sud. Het was nog wel een stukje lopen vanaf het hotel, maar het eten was heerlijk! Eindelijk weer eens echt lekker gegeten die avond.

2 augustus
Vandaag gaan we met de bus naar het Stenen Woud. Het is nog wel zoeken welke bus we moeten hebben, en vooral waar deze bus vertrekt. Na 3x te vragen zijn we erachter, het is bus 60. Deze brengt ons blijkbaar naar een busstation buiten de stad. Daar moeten we een nieuw kaartje kopen, voor de bus naar Shilin. Het is een grote hal, met zo’n 20 balies. Voor elke balie staat een lange rij. Terwijl we staan te wachten moet een klein meisje in de rij naast ons naar de wc toe. Ze laat haar broek zakken, en gaat naast de rij haar plasje doen! Heel bizar. Blijkbaar is dat normaal hier, want alle Chinezen kijken of dit de normaalste zaak van de wereld is!

De bus rijdt in zo’n 1,5 uur naar het Stenen Woud. Daar kopen we voor 17,50 een eentreekaartje. Nogal veel geld voor zoiets, zo bijzonder is het nou ook weer niet. Maar goed, we willen het hoe dan ook zien, dus vooruit dan maar weer. Ook hier struikel je over de Chineze toeristen die in groepen massaal in de weg lopen en met hun parapluutjes bijna je ogen uitprikken.

Het Stenen Woud is bijzonder om te zien, het stenen landschap, rotsen die recht omhoog schieten, sommigen wel 30 meter hoog.

Rond half 3 pakken we de bus terug. Hierna gaan we nog wat shoppen in Kunming. Om half 7 gaan we ergens sushi eten, het valt alleen wat tegen. Ze hebben geen zalm, en de tonijn komt duidelijk uit de vriezer, want hij is nog niet helemaal ontdooit. We pakken een taxi naar een ander deel van Kunming. Om 9 uur krijgen we weer trek, dus gaan we nog bij een andere sushi-bar wat sushi eten. Hier is het al ietsjes beter, maar nog lang niet zoals we het in Hong Kong hebben gegeten.

Lijiang

27 juli
Om 9 uur vertrekt onze bus naar Lijiang. We staan ruim op tijd op, checken uit en lopen vanaf het guesthouse naar een drukkere straat. Hierna pakken we de taxi richting het kantoortje waar we gisteren de bustickets hebben geregeld.

Het uitzicht vanuit de bus is mooi, met rijstvelden en oude dorpjes. Rond half 2 komen we aan in Lijiang. Daar nemen we een taxi richting het Carnation Hotel. Het ziet er prima uit, een aantal kamers met in het midden een terras. De kamer is goed verzorgd met een ruime badkamer. ’s Middags gaan we naar het oude centrum van Lijiang. Het guesthouse ligt net aan de rand van het centrum. In eerste instantie lopen we de verkeerde kant op, maar de eigenaar van het guesthouse komt achter ons aan, om ons de weg te wijzen.

Het centrum is een wirwar van smalle straatjes en oude Chineze huizen. Ze hebben allemaal typisch Chineze daken, met versierde dakpannen en versierd met rode lantaarntjes. Door de straatjes lopen waterstroompjes met bruggetjes eroverheen naar de huizen. In de meeste huizen zitten winkeltjes met allerlei souvenirs, of etenswaren. We gaan bij het Petit Lijiang Bookcafe een hapje eten en drinken. Het regent terwijl we binnenzitten, dus we blijven lekker droog en bestellen nog wat te drinken. ’s Avonds lopen we nog wat door de straatjes, waar het best druk is met Chineze toeristen.

28 juli
We huren voor vandaag fietsen bij het guesthouse, nadat we ontbeten hebben bij Lamu’s House of Tibet. Het plan is om naar Baisha te fietsen, wat niet ver van Lijiang is. Het is in het begin heel erg zoeken hoe we moeten fietsen. Het is vooral lastig om Lijiang uit te komen. Na veel vragen vinden we de weg richting Baisha. Het is een leuke fietstocht. Eerst nog een stuk langs een drukke weg, maar als we later een rustige zijweg inslaan is het al een stuk aangenamer fietsen en kun je ook wat meer van de omgeving genieten.

We hebben af en toe wat regen, maar zijn er op voorbereid. Regenhoes om de rugtas, poncho aan en fietsen maar weer. We komen eerst in een ander plaatsje uit, wat er eigenlijk ook al heel schattig oud uitziet. We vragen de weg, het blijkt nog een dorp verder te zijn. We zetten de fietsen neer, en lopen de rest. In Baisha aangekomen lopen we door het dorpje. Het is wat authentieker, en zeker duizendmaal rustiger qua hoeveelheid toeristen vergeleken met Lijiang. Bij een souvenirswinkeltje kopen we 3 geborduurde kussenslopen. We eten wat bij een van de restaurantjes voordat we weer teruglopen naar de fietsen. Onze volgende stop is het Black Dragon Pool Park. Helaas begint het weer te regenen. Gauw weer de poncho’s aan om toch een beetje droog te blijven. Het park in de regen is toch minder indrukwekkend. Het is ook mistig. Normaal zou je een spectaculair uitzicht over de bergen moeten hebben, maar helaas. Door de wolken zijn er nu geen bergen te bekennen. We lopen een rondje door het park, onder onze paraplu. Als we terug zijn bij de fietsen is het weer droog. ’s Avonds eten we bij het Indulgence Restaurant. Het is het restaurant van de eigenaar van het guesthouse. Fred bestelt vis, en ik kikker. Beiden erg lekker.

29 juli
Het plan voor vandaag is een bezoek aan de Jade Dragon Snow Mountain. We gaan er op eigen houtje met de bus naartoe. We weten uit de lonely planet vanaf welk kruispunt, en met welke bus we er kunnen komen. Bij het kruispunt aangekomen is het even zoeken. Als ik in een winkel de weg vraag, met mijn boekje mandarijn, is een jongen in de winkel zo vriendelijk om helemaal met ons mee te lopen. Dat is voor hem denk ik ook makkelijker dan uitleggen. Het blijkt een minibusje te zijn. De rit duurt maar een half uurtje.

Bij de ingang van het park moeten we 105 yuan entree betalen. Maar dan zijn we er nog niet, nu zijn we alleen nog maar in het park. We rijden door, naar een van de ingangen. Het is niet helemaal duidelijk waar we moeten zijn. Gelukkig is een van de passagiers een Chineze studente, die ook engels spreekt. Ze helpt ons op weg en legt uit waar we heen moeten. Tijdens de busrit komen we langs de Blue Moon Valley, maar de bus rijdt nog ietsjes verder. Het is afgeladen druk met touring cars op de parkeerplaats. Wat wel opvallend is, is dat er verder helemaal geen westerse toeristen zijn, maar alleen maar Chinezen. We kopen een entreekaartje + kaartjes voor de stoeltjeslift. Er staat een enorme wachtrij bij de ingang, maar gelukkig loopt het redelijk door. Binnen 10 minuten zitten we in de bus.

Als we uitstappen, kunnen we vanaf hier met de kabelbaan omhoog. Het is vandaag bewolkt, maar tot nu toe nog wel droog gebleven. Bij de kabelbaan staat ook weer een rij. Na een kwartier zijn we aan de beurt. De bakjes zijn helemaal dicht, er passen 2×4 personen. Boven op de berg valt het uitzicht wat tegen, maar het is dan ook nog steeds bewolkt. De Chineze toeristen zijn druk bezig met foto’s maken en in de weg lopen. Vanaf hier loopt er een aangelegd pad over de berg, met houten planken. Het bos is heel mossig, dus ook het pad is behoorlijk glad. We lopen door het bos, over het aangelegde pad en komen uiteindelijk uit bij een open vlakte.

Er hangen in de bomen houten plankjes, met Chineze tekens erop. Je kunt er een wens op zetten, en die in de boom hangen. Wel grappig om te zien. We bestellen bij een kraampje noedelsoep (zo’n kant en klare, die je in Nederland ook kunt kopen bij de toko), en een stick met yakvlees, die volgens Fred wel verdacht veel naar varken smaakt.

We lopen een rondje, waar het pad nog steeds bestaat uit spekgladde planken, aangezien het hier zo vochtig en mossig is. De Chinezen die hier lopen hebben een heel relaxt slakkegangetje (nou ja, eigenlijk ook in de rest van China). Wij Hollanders gaan er als een stoomtrein voorbij, hoewel we dan nog rustig lopen voor ons doen.

Als we een rondje hebben gelopen, is het niet duidelijk hoe we weer terugkunnen. Er rijden elektrische wagentjes, maar daar moet je blijkbaar weer een extra kaartje voor kopen. Daar hebben we geen zin in, dus we lopen terug de berg op waar we vandaan komen, en nemen weer de kabelbaan naar beneden. Vanaf daar lopen we een stukje naar beneden, en komen bij de Blue Moon Valley en het bijbehorende blauwe meer. Ze zijn hier druk bezig in de rivier met bulldozers. Geen idee wat ze aan het doen zijn. Iets verderop in de riviere zijn er een soort rondvormige baden. Het water stroomt van het ene het andere bad in. Dit is kunstmatig, door de Chinezen aangelegd. Wellicht zijn ze dat een stukje stroomopwaarts ook weer aan het doen.

Het andere meer heeft een hele aparte, turkoise kleur. We lopen langs het meer, stroomafwaarts om een beetje te ontsnappen aan de drukte.

Als we later weer teruggaan is het compleet onduidelijk vanaf waar we de bus terug kunnen nemen, naar de hoofdingang. Tja, bovenop de berg gaat er een bus terug. Maar we hebben geen zin om helemaal terug de berg op te lopen, terwijl de bussen hier ook langskomen. Als we een bus proberen aan te houden rijdt deze gewoon door, en de volgende 5 bussen ook. Behoorlijk irritant. We besluiten nog een stukje verder te lopen, om wat beter de indruk te wekken van de verdwaalde toerist. Blijkbaar helpt het, want gelijk de eerstvolgende bus die voorbij komt stopt en brengt ons naar de ingang. Daar vinden we na even een zoeken een minibus terug naar Lijiang. Wat alleen jammer is, is dat er 7 passagiers inpassen, en er dus nog 5 medepassagiers nodig zijn. Het duurt behoorlijk lang voordat het zover is. Het blijkt dat we het verkeerde busje hebben gekozen, twee andere busjes zijn eerder vol en rijden voor onze neus weg. Ach ja, uiteindelijk komen we er wel. Terug in Lijiang eten we een hapje en gaan terug naar ons guesthouse.

30 juli
Het is alweer zaterdag. Vannacht werden we wakker gehouden door een blaffende hond. Gelukkig werd hij blijkbaar na een uur blaffen moe van zichzelf, en hield op met blaffen. Vandaag doen we een dagje lekker rustig aan. ’s Ochtends lopen we richting het zuiden van de oude stad. Hier zijn we tot nu toe nog niet geweest. We gaan ergens ontbijten, bij een klein restaurantje. De eigenaar spreekt geen woord engels. Uiteindelijk lukt het om 2 omeletjes en een broodje te bestellen, door in het boekje, en in de keuken zelf dingen aan te wijzen. Echt grappig als het toch lukt op die manier. De eigenaar pakt een ei, ik wijs naar de pan en doe alsof ik een omelet maak. Hup, ei in de pan. En ja hoor, geregeld. We hebben weer een heerlijk ontbijtje.

Na het ontbijt lopen we door de wirwar van straten. Ook dit deel van Lijiang bestaat uit oude houten huisjes, rijk versierd met houtsnijwerk en rode chinese lantaarns. Het is in dit deel, en op dit tijdstip van de dag heerlijk rustig. Wat een verademing vergeleken met de drukte ’s avonds. We zigzaggen naar het Mu’s House. We weten niet precies waar het is, maar we komen er uiteindelijk door vaak de weg te vragen. Je verdwaalt vrij snel in de smalle straatjes die allemaal op elkaar lijken. We zien bij een watertje een paar meisjes groente wassen, en pal daarnaast is iemand kleding aan het wassen. Best apart, groente met zeepsmaak.

Voor het Mu’s House betalen we 60 yuan entree p.p. Ze zeggen dat het de Verboden Stad in het klein is. Het is mooi om te zien. Het heeft niet iets van weg vind ik. Zoals alle gebouwen zijn de randen onder het dak versierd, en blauw geverfd. De pilaren waren ooit rood, maar is grotendeels versleten. Het ‘huis’ bestaat uit meerdere gebouwen, wat pleinen en een tuin. Helemaal achterin kun je via een trap de berg op. Dat komt mooi uit, vanaf daar heb je een mooi uitzicht over het oude centrum. We klimmen helemaal omhoog. Op een gegeven moment komen we bij een poort, die blijkbaar naar een park leidt. Als je dit park in wilt, moet je nog eens 60 yuan entree betalen. Maar zo bijzonder ziet het er niet uit. Beetje jammer dat je hier weer apart voor moet betalen. We slaan even over, en gaan weer terug. Vanaf die plek heb je ook een mooi uitzicht over het oude centrum van Lijiang.

Als we uitgekeken zijn, begint het helaas weer te regenen. Het was tot nu toe lekker weer, met zelfs een beetje zon. We lopen over een kleine markt. Bij een kraampje kopen we 2 deurknoppen met leeuwenkoppen. ’s Middags lunchen we bij Lamu’s. Als we daarna richting het nieuwe centrum lopen, spreekt een Nederlands stel ons aan, Maurice en Marie-José. Ze vragen of we al naar de Tiger Leaping Gorge zijn geweest, en of we weten hoe ze daar het beste kunnen komen. Op zich geen rare vraag, want de informatievoorziening voor westerse toeristen is vrij beperkt hier. We geven aan dat we bij ons guesthouse een flyer hebben zien liggen met meer info, en leggen uit waar ons guesthouse is.

Hierna gaan wij nog wat winkeltjes bekijken in het nieuwe centrum. Als we ’s middags terugkomen in het guesthouse, komen Maurice en Marie-José langs. We vragen aan de eigenaar aan het guesthouse of hij ons kan helpen, aangezien wij morgen een trekking door de Tiger Leaping Gorge willen gaan doen. Hij belt iemand op, die dit kan regelen. We krijgen te horen dat diegene vanavond om 18.00 langs kan komen om alles uit te leggen. We spreken dus om 18.00 weer af met z’n vieren. Alleen, om 18.00 verschijnt er niemand. Die man komt pas om 19.00 opdagen. Heel onhandig, want Fred en ik gaan om 20.00 naar een orkest en hadden eigenlijk voor die tijd ook nog wat willen eten.

De man die is gekomen blijkt ook amper engels te spreken, dus uiteindelijk worden we hier niet veel wijzer uit. Met veel pijn en moeite denken we het geregeld te hebben, dat we morgen om 7.00 worden opgepikt door een taxi, die ons rechtstreeks naar de Tiger Leaping Gorge brengt. We zullen zien…

Inmiddels is het al 19.45 uur, dus Fred en ik haasten ons richting het orkest. Dit is nog wel een kwartier lopen, door de drukke, smalle straatjes. Om 20.00 uur begint de voorstelling van het Naxi Orchestra. We zijn gelukkig nog op tijd. Het orkest bestaat uit 25 muzikanten. Ze spelen oude traditionele muziek met oude instrumenten die verder nergens meer gespeeld wordt. Wel bijzonder om te zien. Naast ons zitten een paar Chinezen druk te babbelen. Best vervelend als je het orkest opneemt op video. De show duurt zo’n 1,5 uur, maar we gaan in de pauze, na 3 kwartier al weg. We hebben nog niks gegetenen hebben behoorlijke trek. We regelen gelijk wat eten en drinken voor morgenochtend.

31 juli
We staan vroeg op, om 6 uur. We hebben om 6.20 afgesproken met Maurice en Marie-José. Nadat we bij het guesthouse hebben ontbeten, lopen we naar de plek waar de taxi ons om 7.00 op zou komen halen. Maar helaas, na 20 minuten wachten nog steeds geen taxi of busje die ons naar Qiaotou gaat brengen. We besluiten voor plan B te gaan, en nemen een taxi naar het busstation. Dan nemen we vanaf hier de bus. Op het busstation aangekomen kopen we 2 kaartjes voor 36 yuan. De bus gaat om 8.40 (die van 7.40 was net weg). Uiteindelijk komen we om 12 uur aan in Qiaotou. Aangezien het al later is dan gepland, willen we een stukje van de kloof overslaan. We regelen vervoer om ons een stukje verderop af te zetten. We rijden zo’n 14 km over de lage weg, langs de rivier. In het begin is de rivier heel breed, maar op een gegeven moment wordt het heel smal waardoor het water er doorheen kolkt. Gaaf om te zien.

De auto dropt ons, en vanaf dat punt kunnen we zigzag over een verharde weg de berg op. Bovenop de berg aangekomen gaat het wandelpad verder. Bij splitsingen is met pijlen aangegeven welke kant je op moet. Het uitzicht is echt gigantisch! Overal waar je kijkt zie je bergen, echt enorm.

Na een tijdje lopen komen we bij een guesthouse, waar we wat eten en drinken. Rond 1 uur lopen we verder. Onderweg staan allerlei bloemen, en fladderen vlinders vrolijk om ons heen. We komen ook langs een paar indrukwekkende watervallen. We komen totaal nog zo’n 10 a 14 andere wandelaars tegen. De meeste van hen hebben er behoorlijk de pas in. Of wij lopen gewoon heel relaxt, dat kan natuurlijk ook.

Uiteindelijk zijn we rond 5 uur bij het guesthouse, en vanaf daar willen we terug naar het dorpje. Want vanuit het dorpje kun je de bus terugnemen naar Lijiang. Maar het blijkt dat de laatste bus om 4 uur is vertrokken, en de volgende pas weer morgenochtend gaat. Ze willen wel een taxi voor ons bellen, maar die kost 150.000 yuan. Nogal veel voor dat kleine stukje.

Er staan op dat moment 4 vrachtwagens stil, volgeladen met zand. Fred stelt voor om te vragen of we mee kunnen rijden. En zo gezegd zo gedaan. Ze vinden het prima dat we meerijden richting het dorpje. Het is niet het snelste vervoer, maar wel een heel avontuur!

Rond 6.15 komen we aan in het dorpje. We zijn net uitgestapt, als de bus naar Lijiang aan komt rijden. Wat een timing, superrelaxt. We zijn de enigste 4 passagiers, dus kunnen lekker voorin zitten. Rond half 9 zijn we weer in Lijiang. De buschauffeur dropt ons bij een halte, vanaf daar gaan we terug richting het centrum. We eten een hapje bij de Well Bistro. Het wordt niet te laat, we zijn best gaar van de hele dag op pad. ’s Avonds terug in het hotel betalen we alvast de 4 overnachtingen, en boeken een hotel voor de volgende nacht in Kunming.

Dali

25 juli

Vandaag nemen we de bus naar Dali. We nemen om half 9 de stadsbus richting het busstation, waar de bus naar Dali om 10 uur vertrekt. We zijn er ruim op tijd. We hebben een mooi plekje halverwege de bus. Het is een ritje van 4 uur, dus prima te doen. Onderweg rijden we door lange tunnels. Het landschap wordt steeds heuvelachtiger. Aangekomen in Dali nemen we de taxi naar het guesthouse, MCA. We hebben niet geboekt van te voren, maar ze hebben nog plek. De kamer kost maar 120 yuan (12 euro), en is goed genoeg voor 2 nachtjes. Een tweepersoons bamboe bed, een kleine badkamer met bad en douche en een tv.

Als je het straatje uitloopt zit je al in het centrum. Het is er behoorlijk druk met chinese toeristen. Het centrum is sfeervol. Kleine huisjes, met aan de voorkant grote houten deuren die helemaal opengeklapt kunnen worden. Onder de stoep loopt een waterstroompje, maar bij elk huis zit een bruggetje. In het centrum horen we dat vanavond het Torch Festival wordt gevierd. Voor veel huizen en winkels staat een versierde, smalle boomstam. Hierin zitten wierookstokjes, en soms appeltjes in gestoken. Om aan de drukte in de hoofdstraat te ontsnappen, steken we de hoofdstraat over, en lopen langs de huizen, richting de bergen. Na een tijdje lopen komen we bij de ingang van de Zhonge Tempel. We besluiten dat we hier morgen naartoe gaan, met de fiets (die we nog gaan huren).

Terug in het centrum willen we wat gaan eten. In de lonely planet staat een leuk restaurantje. Alleen kunnen we het niet vinden. Na wat heen en weer lopen, en een paar keer vragen, gaan we ergens anders wat eten. Blijkbaar bestaat het restaurant niet meer. We gaan ergens zitten waar ze ook wat lokale specialiteiten hebben. Ik bestel vis, en krijg een heerlijke grote vis met wat groente voorgeschoteld. Vanavond is dus het Torch Festival. Het is niet helemaal duidelijk wat er gaat gebeuren, en hoe laat. Een ding wat zeker is, is dat de versierde fakkels voor de huizen in vlammen opgaan. Het is nog een tijdje wachten tot het feest lostbarst. Na 1 of 2 uur wachten gaan de eerste fakkels in de brand. Het is nog steeds druk met toeristen. Als de boomstammen branden, gooien jongeren een soort zaagsel in de vlammen, waardoor het vuur oplaait.

We hadden in eerste instantie een soort optocht verwacht, maar dat blijkt niet het geval. Na de schemering lopen er ook chinezen rond met brandende boomstammen. En dan gooien weer anderen zaagsel in het vuur, dus je moet goed om je heen blijven kijken. Bij Fred schroeien er wat haren van zijn onderbenen.

We lopen weer terug richting het hotel. Er is een poort, waar je ook op kunt. We klimmen de trap op, zodat we een leuk uitzicht over de straat hebben. Later, als we verder lopen richting het hotel, is de straat geblokt door een groep jongeren met brandende fakkels. Sommige voorbijgangers worden achternagezeten door hen met de fakkels. We wachten een goed moment af om er langs te glippen.

26 juli
We staan niet te laat op, rond half 8. In het centrum huren we mountainbikes, zodat we wat mobieler zijn. We regelen ook gelijk buskaartjes voor morgen, naar Lijiang. We ontbijten, en gaan daarna op pad richting de pagodes. De entree is 120 yuan. De pagodes zijn supermooi om te zien van dichtbij. Het is zo vroeg nog lekker rustig. Nadat we de tempels hebben bekeken, gaan we richting de Zhonghe Tempel. We rijden eerst verkeerd, als we het terrein afrijden, en linksaf de berg opgaan. Het is een behoorlijke klim, dus wel balen als we erachter komen dat we verkeerd zijn gereden. De berg afsjezen gaat gelukkig een stuk sneller. Bij de Zhonge Tempel aangekomen kopen we een entreekaartje voor 30 yuan. Dat valt op zich mee, alleen als we later bij de kabelbaan aankomen, blijkt die ook nog eens 30 yuan te kosten, voor een enkeltje. We doen maar gelijk een retourtje. Het is een flink stuk de berg op met de kabelbaan. De tempel is wel aardig om te zien. Wat nog veel leuker is, is het uitzicht over Dali en de omgeving wat je vanaf hier hebt. Er ligt een mooi geplaveid pad, naar een grot en een waterval. We genieten van het uitzicht en de bergen.

’s Avonds eten we bij het Tibetan Cafe, waar Fred een pizza besteld, en ik lam.

Kunming

24 juli
Vandaag vliegen we om 17.10 naar Kunming. We pakken ’s ochtends alvast de tas weer in, en droppen die in het bagage depot van het hotel. Daarna halen we ons ontbijt bij een bakkertje.

We maken een wandeling door het Kowloon Park, waar het nu al behoorlijk druk is met Hongkongers, die druk babbelend van de ‘rust’ in het park genieten. Ook is er een fotografieklas, een tekenles, is een groepje ouderen tai chi aan het doen en krijgt een groep jonge meiden les met een samoerai zwaard. Het blijkt dat er verderop in het park een groot zwembad zit.

We pakken de metro en stappen 2 haltes verderop uit, bij Mongkok. Hier zitten wat kleinere winkeltjes, en ook wat computerwinkels waar Fred even wil kijken. We eten eerst wat noedels en gaan daarna wat winkeltjes bekijken. Rond half 2 gaan we terug richting het guesthouse om onze tassen op te halen, en de bus te nemen naar het vliegveld (bus A21 vanaf Nathan Road, voor 33 HKD p.p.).

Het inchecken op het vliegveld verloopt snel. Alleen blijkt bij de gate dat de vlucht een halfuurtje vertraging heeft. Uiteindelijk landen we om 8 uur in Kunming. Hier nemen we voor 20 yuan (2 euro) een taxi naar het Camellia Hotel, waar we van te voren een kamer geboekt hebben. Het hotel valt een beetje tegen, een beetje vergane glorie. Wel een voordeel dat het ruim is vergeleken met de kamer in Hong Kong, maar alles is al gauw ruimer dan de kamer daar.

Nadat we zijn ingecheckt gaan we ons vervoer voor de volgende dag regelen. We wilden eigenlijk met de trein vanuit Kunming naar Lijiang, maar dat gaat niet lukken aangezien de eerstkomende 3 dagen zijn volgeboekt. We besluiten in plaats daarvan met de bus naar Dali te gaan. Dat is een rit van 4 uur. We nemen morgenochtend de bus van 10 uur ’s ochtends. We hebben inmiddels wel trek, dus gaan op stap om wat te eten. Vlakbij het hotel zit een restaurant waar ze lokale specialiteiten hebben, staat in de lonely planet. Alleen, daar aangekomen blijkt dat ze geen woord engels spreken, en geen engels menu hebben. Er is een soort vitrine, waar bakjes met vlees en groente staan. Nou, dat moet helemaal goedkomen denk ik. Ik wijs in het taalgidsje aan dat ik geen varken eet, dus tot zover gaat het prima.

We wijzen 2 soorten kip aan. We willen er ook nog wat groente en noedels bij, maar het lukt ons niet om dat duidelijk te maken. Gelukkig schiet er een chinees meisje die engels spreekt te hulp. Uiteindelijk bestellen we een specialiteit, ‘Over the Bridge Noodles’. Een flinke kop soep, normaal gesproken van varkensbouillon maar speciaal voor ons met kippenbouillon. Erg lekker.

Hong Kong

21 / 22 juli
We hebben weer een mooie reis voor de boeg, dit keer gaan we voor 3,5 week naar China. De vlucht, via Helsinki naar Hong Kong met Finnair, verloopt soepel. Op het vliegveld van Hong Kong is het even zoeken naar de bus richting het centrum. We hebben van te voren een eenvoudig guesthouse geboekt in Chunkin Mansion, waar je met bus A21 rechtstreeks naartoe kunt. De kamer is ontzettend klein, formaat bezemkast. Er staat een 2-persoonsbed, en daarmee is gelijk de hele ruimte gevuld. Onder het bed kun je de tassen kwijt, en je kan nog net de deur opendoen. Verder zijn we van alle gemakken voorzien, een eigen douche en wc, airco en ventilator, en zelfs een tv aan de muur. En niet te vergeten, gratis wifi!

We zijn er op half 10, maar de check-in tijd is pas 11 uur, en er is nog geen kamer vrij. We droppen onze bagage, en gaan alvast de buurt verkennen. In Kowloon zitten volop winkels, van alles door elkaar heen. We gaan een shopping mall in, waar het lekker koel is. Bijna alle winkels zijn nog dicht nu. We gaan bij de Starbucks even bijkomen van de vlucht met een broodje en koffie. Rond 1 uur gaan we terug naar het guesthouse om in te checken. We doen gelijk even een dutje om bij te komen van de reis. Rond vijf uur lopen we richting de haven. We willen ’s avonds eigenlijk sushi gaan eten, maar kunnen geen leuke en betaalbare sushibar vinden, dus uiteindelijk eten we wat rijst en kip.

23 juli
Vandaag gaan we met de Star Ferry naar Hong Kong Island. Daar aangekomen lopen we richting de wijk Soho, een gezellig wijkje met barretjes en restaurants. Met de roltrappen gaan we een stukje omhoog. We nemen een heerlijke voetmassage, en eten ’s middags sushi bij Genki. Je zit aan een lopende band, waar de sushi voorbij komt. Echt zalig! We pakken de metro naar Connaught Place. Ook hier heb je weer een overschot aan winkels, en veel winkelend publiek. Binnen no-time zijn we eind van de middag weer terug in Kowloon, waar we ’s avonds voor de verandering weer sushi eten.